Author Archives: Jacques-Matthieu

  • -

Kijk op het fenomeen ‘buitenlandse hulp’ (1)

Category : Artikelen

De eerste periode in een vreemd land, biedt de unieke mogelijkheid tamelijk onbevangen de dingen te bekijken. Na verloop van tijd namelijk, wordt ‘je net zo blauw als de vloerbedekking waar je dagelijks overheen loopt,’ zoals we vroeger bij IBM altijd zeiden. Kaderblindheid treedt dan op heet dat in vaktermen.

Het is wel heel belangrijk te realiseren dat onbevangen kijken mogelijk is, maar niet onbevooroordeeld. Afhankelijk van het werelddeel waar je vandaan komt, ben je onbewust ‘gevangen in een wereldbeeld.’ Daar is interessante literatuur over geschreven (Jayson Georges 2014, e.a.); ik volsta hier met het noemen van de drie belangrijkste: schuld, schaamte en eer. In het Westen is schuld de basis onder ons wereldbeeld, in Azië en het Midden-Oosten schaamte en in grote delen van Afrika, op Sicilië, Latijns-Amerika en in Spanje maar ook weer het Midden-Oosten eer.

Als mensen met verschillende karakters naar elkaar kijken, vallen de verschillen op. Die overbruggen is al een heel ding en wordt gemakkelijker met een grote dosis empathie (een vaardigheid die weinig mensen zich eigen maken), maar als religie en wereldbeeld daar nog eens bijkomen, wordt het helemaal een uitdaging de ander (echt) te begrijpen. Lisanne heeft er een interessant onderzoeksrapport over geschreven op de Erasmus universiteit. De kunst is te luisteren en te observeren, bewust van je eigen wereldbeeld, karakter, belangen en gewoonten. We hebben niet voor niets twee oren en één mond (hoewel je in het Westen andersom zou veronderstellen gezien het feit dat de meeste mensen onafgebroken aan het woord zijn) gekregen en het past ons dus veeleer te luisteren dan te praten.

Zoals gezegd is een eerste periode in het buitenland, bepalend voor het verloop. Ik ben genetisch behept met een gezonde dosis sociaal-maatschappelijk kritisch vermogen wat helpt en soms ook niet. De discussie die we op Cornerstone bij het vak ‘interculturele begripsvorming’ hadden, was ook altijd: “is een cultuur in zichzelf goed of mag je deze kritisch bekijken?” De vraag is natuurlijk ‘tegen welk licht?’ Wat is je norm of vertrekpunt? Het is vermoedelijk een erfenis van de Reformatie en/ of de Verlichting die maatschappelijk kritisch denken bevordert. Het uiteindelijke antwoord is niet eenvoudig maar heeft elementen in zich die grote delen van cultuur als iets unieks en bijzonders beschouwen, diversiteit van God gegeven, tenzij aspecten daarvan ingaan tegen de norm van God’s Woord. En die is op zichzelf toch behoorlijk duidelijk (Ex. 20 e.v.).

Mede gevormd door een eeuwenlange cocktail van Hindoeïsme/ Boeddhisme en animisme is in Cambodja een scherp zichtbare ‘excuuscultuur’ waar te nemen. Deze vind je overigens steeds vaker terug in het Westen. Het afwentelen van schuld en vooral het voorkomen van gezichtsverlies (schaamte) is hier tot kunst verheven. Het gebeurt elke dag, in elke kring en op elk niveau. Dat het internationale tribunaal ECCC om de daders van het Khmer Rouge regime berecht te krijgen, zo lang heeft geduurd (finale verklaring 17 maart 2003: 28 jaar later na de val vh regime), is tekenend. Het afwentelen van verantwoordelijkheden en niet staan voor wat je doet en zegt, is Cambodjaanse cultuur.

Zoals ik gewend ben vanuit de consulting praktijk om een bedrijf als een personage te bezien, heb ik datzelfde toegepast op een land als Cambodja. Wanneer je Cambodja economisch-maatschappelijk als een tiener zou typeren, dan moet het accent liggen op het leren groeien naar volwassenheid met inbegrip van de bijbehorende verantwoordelijkheden en plichten. Westers? Zou kunnen, ik zou eerder zeggen Bijbels. Het verhaal van ‘Die Blechtrommel’ (Günther Grass, 1979) laat duidelijk zien wat er gebeurt als een kind niet volwassen wordt. Ook een tiener die geen regels leert begrijpen en toepassen, wordt uiteindelijk een verwend en onhanteerbaar mens.

Hier raken we een kernpunt in de kijk op zending en ontwikkelingssamenwerking. Cambodja heeft ongeveer een kleine 25 mrd US$ aan Bruto Nationaal Product, te verdelen over bijna 17 miljoen mensen (Bron: Wereldbank), met een jaarlijkse groei van tussen de 5 en 7%. Omgerekend en vergeleken naar onze maatstaven een arm land. En dat klopt, al is de inkomensverdeling behoorlijk scheef.  Een niet onaanzienlijk deel bestaat nog steeds uit buitenlandse hulp, variërend tussen 1 en 1,5 mrd. US$/ jaar, afhankelijk van de geraadpleegde bron (The Cambodia Daily, 23/12/2016). In de loop van 2016 heeft Cambodja de status van ‘lower-middle-income-country’ gekregen van de Wereldbank.

Cambodja heeft helaas het Angelsaksisch-kapitalistische model omarmd, wat veel (té veel) ruimte beidt voor particulier initiatief en weinig voor de publieke zaak, zoals onderwijs, gezondheidszorg, waterzuivering, vuilophaal enz. De uitwassen van dat systeem zagen we al in 2014 toen we voor een conferentie op Bulstrode, het hoofdkantoor van WEC in Gerard’s Cross, Verenigd Koninkrijk waren – één van rijkste stadjes van de UK. Alle privébezit en oprijlanen en dergelijke zagen er keurig uit, maar op de openbare weg moest je slalommen om de gaten en kuilen in de weg te omzeilen. Dat is op het vaste land van Europe gelukkig vrijwel overal anders. Uitwassen van dit Amerikaans kapitalisme zie je hier in Cambodja ook. De leiders zijn exorbitant rijk – ik heb in mijn hele leven (zelfs in Engeland niet) nog nooit zoveel Rolls-Royces en andere dure limousines gezien als hier – maar de grote massa is straatarm. (En daar wind ik me nog elke dag over op…)

Binnen het Cambodjaanse wereldbeeld is dit kapitalisme/ materialisme goed in te passen: Boeddhisme is per definitie ego-centrisch (het gaat om jouw persoonlijke verlichting) en Hindoeïsme en animisme verhinderen de traditie te doorbreken omdat dit wel eens tegen ‘de wil van de voorvaderen’ zou kunnen ingaan. Daarbij past ook dat als je rijk bent en positie hebt (macht en positie zijn hier uitermate belangrijk), je dat hoogstwaarschijnlijk verdiend hebt in een ‘vorig leven’ (Karma) en dus hoef je er verder niets mee dan ervan te genieten. Omzien naar de naaste wordt met minachting bekeken, het is een teken van zwakte (Cormack, 2014). De ‘barmhartige Cambodjaan’ waar ik eerder al over schreef in 2015 bestaat dus eigenlijk niet. Westers voorbeeld (of zoals het beleefd wordt) van naastenliefde, nederigheid en dienstbaarheid wordt dankbaar aanvaard, (‘dan hoeven wij het niet te doen’) maar met minachting bekeken en nog minder geïnternaliseerd (ofwel: goed voorbeeld leidt niet tot goed volgen).

Hetgeen ons wederom brengt bij de manier van ontwikkelingssamenwerking en zending. De kern zou moeten zijn: overeind helpen, voordoen, jezelf overbodig maken en wegwezen, zoals in ieder goed boek over sociaal-maatschappelijke hulpverlening staat. En natuurlijk begeleid loslaten, waarbij de hamvraag natuurlijk is wanneer. Maar het doel moet steeds zijn ‘eigenaarschap.’ De Amerikaanse manier van werken staat hier echter haaks op (Lees ook: https://borgenproject.org/u-s-benefits-from-foreign-aid-to-cambodia/). Amerikanen vinden nog steeds dat zij superieur zijn, de wereld moeten redden en doen graag. Dat model schept echter een behoorlijke mate van afhankelijkheid en werkt luiigheid in de hand. In plaats van te zoeken naar wegen om de ‘opgroeiende tiener’ verantwoordelijkheden bij te brengen en op eigen benen te leren staan, doet de Amerikaan (generaliserend gesproken) het graag nog even en geeft ongevraagd tekst en uitleg. Dr. Ardon schreef (gebaseerd op de theorie van Chris Argyris, 1923-2013) in zijn boek ‘Doorbreek de cirkel’ (2011) een heel scherp beeld van hoe dit op afdelingen in het bedrijfsleven toegaat: de manager is druk, de medewerkers doen te weinig, dat frustreert de manager, die vervolgens nog harder gaat werken en de medewerkers vinden dat wel prima, denken ‘het is zijn feestje’ en de hele cyclus houdt zichzelf op die manier in stand.

Iets dergelijks is op macro-schaal hier waarneembaar. Goede initiatieven en (heel) langzame verbeteringen daargelaten, want die zijn er zeker, al was het maar omdat de wal het schip keert (de groeiende afvalberg bijvoorbeeld, lees het artikel over de 3,4 miljard ton vast afval die de mensheid in 2017 produceerde in het FD van 28 juli 2019).

Amerika heeft in deze regio natuurlijk veel goed te maken. In de periode van de zestiger en zeventiger jaren heeft ze meer bommen op Cambodja en Laos laten vallen dan in de hele tweede wereldoorlog bij elkaar. In beide landen wordt nog steeds met veel pijn en moeite hard gewerkt aan het opruimen van niet ontplofte bommen. Amerika zou je kunnen zeggen heeft een soort collectief schuldgevoel. Maar eerst een land platbombarderen en dan met een grote zak met geld de boel (naar jouw idee) weer opbouwen, is niet de weg. De Cambodjaan zal moeten leren ‘accountable‘ te worden voor de eigen daden en gevolgen daarvan. Dat het daarbij een flink handje geholpen moet worden is duidelijk en goed, maar de insteek moet steeds zijn om de buitenlandse hulp zo snel mogelijk af te bouwen en overbodig te maken. Door steeds ‘shift the blame’ toe te passen (afschuiven van verantwoordelijkheden – wat nog steeds veel gebeurt: ‘de Vietnamezen hebben het allemaal gedaan‘) en alles van de ander te verwachten, kom je er niet. Het zit in de mens (Eva schoof de schuld ook af op de slang en Adam op Eva enz.) om de schuld af te schuiven, maar sommige culturen praktiseren het wel wat al te graag. Wij maken het zelf elke dag weer opnieuw mee, in het klein. Westers wereldbeeld? Zou kunnen. Maar uiteindelijk is iedereen persoonlijk verantwoordelijk en moet zelf rekenschap afleggen (Uitgezonden, 2014, Nap-Van Dalen, pp. 79). Dat is ‘accountability.’

Waarmee duidelijk is dat het brengen van het evangelie én onderhouden van wat Jezus ons geleerd heeft, de belangrijkste zaken zijn. Volgens de Schrift gaat het immers om de verandering in ons denken? (Rom. 12, 1-2 WV & Ef. 4, 23 WV); een verandering in mentaliteit dus…

Phnom-Penh, 29 juli 2019.

 

 


  • -

De jonge kerk van Christus

Category : Artikelen

De jonge kerk van Christus

Wanneer je met een westerse (Europese en Angelsaksische) blik naar de ontwikkelingen in de wereldkerk kijkt, kan het je ontgaan dat het effect van enkele eeuwen zending in de onbereikte (lees: niet-westerse) gebieden van de aarde – en dan vooral evangelisatie en gemeentestichting – is dat er nu een relatief grote, maar jonge kerk staat. Deze jonge kerk heeft vooral behoefte aan verdieping.

De parallel met de biologie dringt zich op. Is de baby eenmaal geboren, dan is een gezonde groei alleen mogelijk als er passende voeding, hygiëne en verzorging is. Dan volgen logischerwijs de stadia peuter, kleuter, kind, tiener en jong volwassene. In welke groeifase de jonge kerk van Christus in de andere delen dan de Westerse zich exact bevindt, zal per regio verschillen maar het leeftijdsverschil met het Westen is duidelijk.

Waar heeft een opgroeiend kind vooral behoefte aan ? Aan ‘rust, reinheid en regelmaat’ zouden onze ouders zeggen. Dat is juist en later kan je daar onderwijs en training aan toevoegen. Het gehele opvoedingstraject dus.

Ook een bedrijfs start-up, heeft na de eerste fase van onstuimige groei, behoefte aan verdieping en toekomstvisie. In deze fasen van het jonge bedrijf, is er veel behoefte aan advies, consult, tips en inhoudelijke verdieping. Met als doel een evenwichtige, stabiele en levenskrachtige onderneming te worden.

Hoe essentieel deze fasen in de groei zijn, blijkt wel uit het feit dat als er een belangrijk aspect ontbreekt (denk aan liefde, aandacht, ruimte, ontplooiing, exploratie, goede voeding, hygiëne en medicatie etc.), er scheefgroei kan plaatsvinden of vervorming (ernstig vitamine D gebrek kan bijvoorbeeld leiden tot de Engelse ziekte – rachitis). Vertaald naar de kerk van Christus, betekent dit onderwijs, discipline en regelmaat in het bestuderen van het Woord en een frequent contact met de Vader. Petrus rept er over in 1 Petrus 2, 2-3 WV : « wees als pasgeboren kinderen begerig naar de zuivere, geestelijke melk… » Ook 1 Kor. 3, 2-3 WV en Hebr. 5, 12-14 WV noemen het onderscheid tussen melk en vast voedsel bij het opgroeien.

Na de melk komt het vaste voedsel. Zo zou het moeten zijn. Het is opmerkelijk dat in de tekstgedeelten partijdigheid, afgunst en tweedracht als belangrijkste oorzaken worden genoemd voor de onvolwassenheid van de gelovigen. Allemaal zaken die haaks staan op Jezus’ verlangen naar eenheid in de kerk (Joh. 17 WV). Zaken die ook van oudsher bij de tegenstander van God vandaan komen, kijk maar in de wereld om ons heen : deze is verdeeld tot op het bot. Zaken die ook in de zgn. ‘volwassen’ westerse kerk voorkomen, getuige het aantal denominaties. Is de naam van die tegenstander niet voor niets ‘diabolo’: hij die twee (di-) dracht zaait ? En dus scheiding brengt ?

Het heeft mij verbaasd dat waar er ook sprake is van zending, vrijwel iedereen – ook wij – die nu naar andere werelddelen afreist, de nadruk legt op onderwijs en opvoeding (in het Engels : ‘discipling’). Ik ging er over nadenken en zag het patroon dat ik boven beschrijf.

Vroeger in mijn marketing- en verkoopcarrière, was er altijd sprake van twee soorten verkoopmedewerkers, de zgn. ‘hunters’ (jagers) en de ‘farmers’ (boeren). Beiden hebben hun eigen rol in het proces van werven en binden van klanten. Komen er geen nieuwe klanten bij, dan droogt het voortbestaan van het bedrijf vroeg of laat op; houd je bestaande klanten niet binnen, dan dweil je met de kraan open. Klantbehoud is vele malen beter en goedkoper dan het werven van nieuwe klanten, maar beiden zijn nodig. In de kerk van Christus zijn er evangelisten en gemeentestichters nodig, maar ook onderwijzers, leraars, coaches en rolmodellen. Volgens het principe van 2 Tim. 2 en het tweede deel van de zendingsopdracht, vind de Heer het dus nodig dat christenen aan anderen ‘leren alles te onderhouden wat Ik (Jezus) jullie geboden heb !’ (Matth. 28, 19b WV).

Is die ‘discipling’ een doel op zich ? Nee, zowel in Chili als in Cambodja hebben wij gezien wat het doel is van deze wereldwijde, en momenteel populaire beweging onder zendelingen : het opwekken tot het uitreiken naar de naaste. De bijna honderd jaar oude Cambodjaans evangelische kerk (KEC), is nu op alle fronten actief om met elkaar in actie te komen om uit te reiken naar de naaste in nood. Fysieke en geestelijke nood. Ook de Chileense kerk komt in beweging en trekt er op uit met allerlei soorten van hulp aan de naaste.

‘Discipling’ of ‘toerusting’ in goed Nederlands dient dus meerdere doelen tegelijkertijd. God krijgt de eer in veranderde mensenlevens, waar Hij meer voor het zeggen krijgt (lees ‘Groeien in geloof’ van wijlen Ds. D. van Keulen), de gelovige krijgt een steviger fundament en de naaste wordt gezien en bereikt. Met als ultieme doel dat Jezus Koning wordt in mensenharten en uiteindelijk in de gehele wereld (Opb. 22 WV). En is dat niet waar we op zitten te wachten ? Een rechtvaardige Koning, die niemand dwingt maar iedereen uitnodigt om deel uit te maken van dat Koninkrijk…

Maudy en ik zijn ons momenteel aan het beraden op het hoe, waar en wanneer van het toerusten van de jonge kerk. Langzaam maar zeker komen we er achter dat, net als Petrus en zijn visioen van het laken, wij geen exclusieve doelgroep hebben, maar de wereld als werkterrein. Worden we vanuit de bediening van toerusting breder ingezet dan alleen in Cambodja ? En zo ja, wat wordt dan het vehikel waarmee dat gestalte krijgt ?

Bid u mee ?

Phnom-Penh, Juni 2019.


  • -

  • 2

Een eerste maand in Cambodja

Category : Updates

Op maandag 22 april 2019 arriveerden wij in Cambodja en werden daar opgepikt van het vliegveld van Phnom Penh door de directeuren van C&MA Cambodia, David & Chris.

Onderdeel van het inburgeringsprogramma is een verblijf van een maand bij een Cambodjaanse familie. Normaliter betekent dit dat er weinig te begrijpen valt wegens het taalverschil, maar wij hadden mazzel, aangezien onze gastheer Mr. BIN (70), in de tijd voor de Khmer Rouge acht jaar in de DDR had gewoond en daar zijn PhD in muziek (compositie) had gehaald. Hij sprak dus vloeiend Duits, nog een beetje Frans en goed Engels. Bij zijn terugkeer viel hij in de handen van de Khmer Rouge en vluchtte voor zijn leven naar het platteland. Na de verschrikkingen, kwam hij in aanraking met een oom en landgenoot die hem van Jezus vertelde. ‘Nu is er hoop,’ was zijn gedachte en verruilde zijn oude leven voor een nieuw en is nu voorganger in de plaatselijke C&MA (New Jerusalem Church) gemeente.

Een ander bijzonder voorval was onze ontmoeting met de voormalige body-guard van Pol Pot, mank en halfblind, nu voorganger van een plaatselijke C&MA gemeente en voor C&MA de toezichthouder voor de activiteiten in de noord-westelijke gebieden.

Op 20 mei jl. verhuisden wij naar ons eigen appartement in een ander district in de hoofdstad. Het was een heerlijke tijd bij de BIN familie. Onze gastvrouw was een ‘meester in de keuken’ en zorgde dat wij in deze transitie periode voorzien werden van alles wat gezond (en vooral Khmer) was. Curries; amok; prahok; Khmer soep; veel, heel veel groenten (w.o. het geneeskrachtige Moringa), exotisch fruit uit eigen tuin en natuurlijk rijst. Veel gerechten kenden wij natuurlijk al van onze andere Khmer meesterkok in Nederland (Oss), Sina SIM.

Na de eerste week zijn we gestart met de taalschool (KLA, Phnom Penh Thmey, Chouk Meang Market), vijf ochtenden van ieder vier uur in de week. Dan naar huis, lunchen, slapen en huiswerk. Momenteel (22 mei 2019) zijn we aangeland bij het Khmer alfabet, het grootste ter wereld met ca. 100 karakters (zie elders op deze site). Het Khmer is zeer rijk aan klanken, hoewel geen tonentaal, en kent geen grammatica in de zin van vervoegingen. Zet er ‘gisteren’ voor en klaar. Zelfs dit alfabet begint langzaam bekend terrein te worden, al konden we ons dit aanvankelijk totaal niet voorstellen…

De warmte in combinatie met de hoge luchtvochtigheid is pittig; het is warmer dan andere jaren, aldus de Cambodjanen vooral door de effecten van El Niño. Het regenseizoen start binnenkort en loopt van half mei tot medio september. Dat biedt soelaas voor de temperatuur, niet voor de muggen…

Bijgaand een doorkijkje in het apartement. ‘Een plaatje zegt immers meer dan duizend woorden?’ (naar Confucius).

Meer informatie volgt binnenkort in de Nieuwsbrief van Laposta.


  • -

Over boeddhisme (ontpersoonlijking)

Category : Artikelen

 

Tijdens een individuele retraite onlangs in de katholieke gemeenschap ‘De Hooge Berkt’ in Bergeijk, Brabant vond ik in de bibliotheek een bijzonder boekje van de hand van Schalom Ben-Chorin, getiteld « En God bleef zwijgen. » (1985, Gooi en Sticht Uitgeverij). In deze beschouwing van de Holocaust, werd het gruwelijke element van de zgn. ‘ontpersoonlijking’ van de joodse slachtoffers beschreven. Als vee bijeengedreven, naakt en zonder naam werden de joden vergast, waarna hun lijken naamloos letterlijk in rook opgingen. Geen graf, geen R.I.P., geen naam, ontdaan van alle persoonlijke waardigheid en vooral van identiteit. Dit duivelse verschijnsel, het ‘ontpersoonlijken’ zoals de schrijver het noemde, is misschien nog wel het meest schrijnende van de jodenvervolging.

Gedenken, herdenken en herinneren, zoals wij dat doen met onze overledenen, gaat veelal gepaard met het terugdenken aan iemands persoonlijkheid, naam en karakteristieken. Bijzondere eigenschappen van de persoon blijven ons bij en laten een blijvende herinnering en glimlach achter.

Ontpersoonlijken is een proces van het ontdoen van persoonlijkheid, het geheel der aspecten die ieder van ons uniek maken. In het Boeddhisme, zo leerden wij onlangs in een vierdaagse cursus op Cornerstone in Beugen, is dit niet nodig want deze filosofie gaat er al van uit dat je niemand bent. Het mens-zijn (Sanskrit : ‘skhandas’) wordt zelfs geen ‘wezen’ genoemd maar een verzameling van constant veranderende vormen, mentale krachten en energie. Er is geen zelf, geen reële, permanente en onvergankelijke ziel. In het Sanskrit is dit ‘Anatman’ (geen ziel). In de Westerse samenleving gaat neerbuigendheid – een vorm van ontpersoonlijking – vaak gepaard met kreten als ‘je bent niks,’ ‘wie ben jij dat je … ‘ etc. Maffia-films kunnen er ook wat van (« You’re nothing ! »). Mildere vormen zijn het naar beneden halen van de ander door woorden als ‘sukkel,’ ‘idioot…’ etc. Online pesten – helaas vaak al gepraktiseerd door kleine kinderen – is eveneens bedoeld om de persoon van de ander te ontluisteren. Niet voor niets is Jezus er scherp tegen (Matth. 5 :21-22) wanneer mensen elkaar uitschelden.

Wanneer Boeddhisten tot geloof in Jezus komen, is er veel vreugde maar veelal pas later berouw. Dit is terug te voeren op het feit dat er in het Boeddhisme geen God is, een persoon die kaders en richtlijnen stelt. In het boeddhisme is het zo dat als je de ‘naaste’ schaadt, dit hooguit je eigen ‘karma’ (bewuste actie – een eindeloze aaneenschakeling van oorzaak en gevolg, waar eens een einde aan moet komen wanneer je de Verlichting bereikt ; het Nirvana) schaadt. Wanneer het besef doordringt dat God een Persoon is, alsook de medemensen personen zijn dan ontstaat bij veel voormalig Boeddhisten het gevoel van berouw, schuld en schaamte wanneer die personen tekort is gedaan. In het Boeddhisme is er geen schuldbesef, laat staan vergeving (Dhammananda, S. K. (1990). What Buddhists believe. Cambridge, UK: Cambridge)

De grootste genocide op de eigen bevolking, vond plaats in Cambodja tussen 1972 en 1975, tijdens het schrikbewind van het maoïstische rode Khmer. In die periode liet ongeveer een derde deel van de bevolking het leven. De gewone Cambodjaanse bevolking werd in 1975 bevrijd door aartsrivaal Vietnam. Hoe deze genocide heeft kunnen plaatsvinden, is niet alleen uitlegbaar uit het streng maoistisch communisme van de rode Khmer. (Wist u dat er onder Mao meer mensen omgekomen zijn dan in de Tweede Oorlog ?) Naar mijn stellige mening, heeft veel te maken met het ontbreken van een visie op de idee van de menselijke en goddelijke persoonlijkheid. Is dit een product van Westers individualistisch denken ? Nee, uit de Bijbel leren we een persoonlijke God kennen, een persoon met emoties (hoewel antropomorfistisch gezegd). Zowel in joods, als Grieks (codex van Gortyn, 480-450 BC) en Romeins recht is er sprake van ‘een persoon,’ aan wie eigenschappen toe te kennen zijn. Bezit bijvoorbeeld wordt in de Bijbel niet veroordeeld of ontkend en is veelal persoonlijk ; hangt een ‘iemand’ aan. In het Boeddhisme is het streven juist bezitloosheid en het onthechten van alles wat ons hier bindt (‘Samsara’). In dat streven helpt het als je al ‘niemand’ bent. De gevolgen van het ontbreken van een persoonlijkheid zijn verstrekkend. Zonder persoonlijkheid is er geen normbesef, zijn er geen grenzen tussen jou en mij, maar ook niet tussen ‘jouw’ en ‘mijn.’ Er is geen grond om iemand verantwoordelijk te houden voor zijn of haar daden. Zelfs Siddhartha Gautama (de Boeddha) moet dit beseft hebben, wanneer hij enkele (5) voorschriften opstelt die het samenleven tussen mensen regelt. De richting hiervan is echter niet naar de ander, zoals God dat voor ogen heeft, maar gericht op het eigen ‘karma,’ ofwel, door je aan de regels te houden, word je er zelf (jouw karma) beter van. Als er al sprake is van naastenliefde in het Boeddhisme, dan is dat zelf-georienteerd en dus niet per saldo wederkerig, laat staan ‘onbaatzuchtig.’

Wat kunnen wij daar tegenover zetten, wanneer wij, Maudy en ik, vanaf 2019 voor langere tijd in Cambodja zijn ? Gek genoeg zit dat in kleine dingen, zoals betrouwbaar-zijn, je afspraken nakomen, onbaatzuchtige naastenliefde laten zien. Alleen al het feit dat je als vreemdeling bewust er voor kiest onder hen te wonen, zonder bijoogmerk of uit winstbejag, vinden velen heel bijzonder. « Waarom doe je dit ? » is een veelgehoorde vraag. Tijdens de burgeroorlog en in de nasleep ervan, keek de hele wereld de andere kant op ; Nixon, Carter en Kissinger negeerden de (soms zwakke) signalen van goed ingevoerde journalisten (Cambodia’s Curse, Joel Brinkley, 2011, Perseus Books Group) en men ging over tot de orde van de dag. Op Noord-Oost Cambodja hebben de USA meer bommen laten vallen dan op Japan in de Tweede Wereldoorlog. De Cambodjaanse bevolking heeft er dus lang alleen voor gestaan, verweesd en verstoken van zelfs het meest elementaire. Geen blauwhelmen of interventiemacht. Een complete generatie is verdwenen, er is geen familie die geen slachtoffers te betreuren heeft en velen (niet alleen ouderen !) lijden nog steeds aan PTSS (post-traumatisch stress syndroom). Tel daarbij op de typisch Aziatische schaamtecultuur en de Boeddhistische leerbeginselen en u begrijpt dat er van ‘uitpraten, vergeven en vergeten’ maar bar weinig terecht komt. Het blijft allemaal onder het spreekwoordelijke tapijt. Daders en slachtoffers wonen onder elkaar en men weet het van elkaar. Wij, Maudy en ik zullen als Nederlanders dus moeten leren onze mond te houden, ons gevoel van rechtvaardigheid te parkeren en onze, typisch Nederlandse, geliefde neiging overal een mening over te geven (‘opinionizing’) te overwinnen. Zwijgen is goud. Bidden is diamant ! We zijn het nu al aan het oefenen…

Meer dan ooit realiseren we ons dat niet ons doen maar ons zijn, het verschil zal maken ; als leesbare brieven van Christus (2 Cor. 3 :2). Omzien naar dit verweesde volk, de zwakken aansterken, de zieken genezen, de gewonden verbinden, de verdwaalden terugbrengen en de verlorenen zoeken (Ez. 34 :4).

Jacques