Dood punt

  • -

Dood punt

Category : Artikelen

Definitie van ‘het dode punt’

“Een dood punt is het uiteinde van de beweging van een zuiger, of in het algemeen van een toestel dat heen en weer beweegt. Staat de machine precies in een dood punt stil, dan kan hij niet in beweging komen. Het kan dan nodig zijn de machine handmatig een zetje te geven. Is de machine eenmaal in beweging, dan zal de traagheid van het vliegwiel ervoor zorgen dat de machine probleemloos voorbij de dode punten komt.” (Wikipedia)

Van de mindere kanten van zending, hoor je lang niet altijd wat terug. Wij draaien er echter niet omheen; die mindere kanten zijn er zeker. Hierover nu wat meer.

Zoals in bovenstaande definitie helder staat omschreven, geldt bij een dood punt, het onvermogen om zelfstandig vanuit die positie in beweging te komen. Hieraan gekoppeld is de vraag naar de relevantie van ons zijn hier. Daar zijn enkele redenen voor. Kort samengevat zijn ze dit:

  1. Er is een enorm aanbod aan hulp in allerlei vorm, zowel vanuit China als vanuit de VS;
  2. Er is een enorm eigen potentieel om uit te reiken naar de eigen Khmer bevolking en hun geestelijke en andere leefomstandigheden te verbeteren, maar het aanbod is versnipperd en komt moeizaam op gang.
  3. Voor wat wij hebben opgevat als onze bediening – het coachen van jonge christenen – is een taalbeheersing nodig die zeker nog jaren gaat duren. Ondertussen doen we niet zoveel…

Hieronder delen we per onderdeel enkele van onze observaties.

Ad 1. Cambodja valt grotendeels in de invloedssfeer van het moderne China én kan – cynisch opgevat – worden gezien als de 51e staat van de VS waar het hulpverlening betreft. Van de noorderburen ontvangt het land miljarden aan investeringsgelden, in ruil voor invloed en toegang voor de nieuwe zijderoute. Van de Amerikanen miljarden dollars aan hulpgeld, al of niet gebracht in de vorm van geld en/of fysieke, medische, mentale & geestelijke hulp en onderwijs. Er is een niet aflatende instroom van expats, vooral uit de VS. Of ‘een missierondje Cambodja’ anno 2020 nu mode is of noodzaak kan ik nog niet vaststellen, opvallend is wel dat dit land veel hulp aantrekt. Je zou er bijna jaloers op worden…

Feit is dat er een forse expat-subcultuur bestaat, voornamelijk Angelsaksisch georiënteerd, die belangrijk aan invloed wint, vooral in de grotere steden. De Chinese subcultuur is er ook, maar uit zich minder aan de oppervlakte en is meer zichtbaar in de lokale handel. Het zijn subculturen met een sfeer die ons vreemd is. Het is vreemd en verwarrend om hier temidden van te wonen terwijl we hier feitelijk voor de Cambodjanen zijn. Maar voor welke Cambodjanen? Zij die het materialisme van de rijken hebben afgekeken (en daarmee de status en je laten voorstaan op je positie); of zij die amper rond kunnen komen en 24/7 voor hun kostje moeten zorgen?

Kort samengevat: aan geld en hulp dus geen gebrek. Er valt nog wel wat af te dingen op de verdeling van al die rijkdom, maar wij zijn niet in de positie daar iets aan te doen.

Ad 2. De apathie van de kerk. Feit is dat er een relatief grote en jonge kerk in Cambodja is, die bij een goede mobilisatie en samenwerking, veel kan betekenen voor een verdere kerstening van het (eigen) land. Helaas is de samenwerking nog ver te zoeken en is de kerk over het algemeen té passief geworden, om effectief uit te reiken naar de eigen bevolking. Positieve uitzonderingen daargelaten. Een andere reden voor deze passiviteit is het feit dat  jonge christenen hun handen vol hebben aan studie en werk om voor zichzelf en voor de ouderen te zorgen, zoals hier gebruikelijk is. Als echter dit potentieel zich er volledig achter zou zetten om het verschil te maken, zou dat zeker gebeuren. Nu is het helaas te gefragmenteerd. Een ander voorbeeld: Cambodja telt maar liefst 1.350 NGOs; seculier en christelijk door elkaar. Natuurlijk zijn er die hun typische eigen werkterrein hebben en dus heel nuttig werk doen, maar wij kunnen ons nauwelijks voorstellen dat er geen overlap zit tussen al deze partijen. Je ziet nog al eens dat in het christelijke circuit men de eigen identiteit dermate belangrijk vindt, dat van intensieve samenwerking nauwelijks sprake is. Een andere, nieuwere bedreiging voor de kerk is het zgn. ‘prosperity-gospel,’ dat volgens ingewijden snel aan populariteit wint.

Kortom: Op het vlak van apologetiek blijft het dus opletten geblazen.

Een andere belemmering tot het gezamenlijk uitreiken onder de eigen bevolking, is de erfenis van wat er in het verleden door missionarissen is gepredikt, waarbij de nadruk lag op de zuiverheid in de leer, en veel minder op de onderlinge liefdesband. Europeanen weten als geen ander wat dat voor gevolgen kan hebben, getuige de vele godsdienstoorlogen. Terwijl Jezus toch in Johannes 17 duidelijk iets anders voor ogen had. Een land als Cambodja heeft met haar oorlogstrauma nu juist veel behoefte aan eendrachtige, onbaatzuchtige liefde. Ik las in Don Carson’s devotional commentary getiteld ‘For the Love of God’ (Vol. 1, section August 19), in verband daarmee deze pakkende passage: “Paulus was niet alleen een expert in apologetiek, maar een man met passie en liefde voor zijn mensen. De kerk van vandaag heeft dringend behoefte aan mensen met een dergelijke instelling.”

Tijdens de afgelopen decennia van evangeliseren zat het met de apologetiek wel goed. Er zijn veel puriteinen, mennonieten en andere zgn. ‘zuiveren in de leer’ eeuwen geleden als kolonist naar Amerika getrokken, nazaten waarvan die nu evangeliseren in gebieden als Zuid-Oost Azië. De nadruk op de juistheid van de boodschap is met hen mee gekomen en die is met de onaflatende Amerikaanse zendingsdrang ook in Cambodja terecht gekomen. Wat mij zeer verontrust is het gebrek aan het andere deel dat Carson noemt: de liefde voor de mensen. Hoe komt het dat er – ondanks zoveel middelen en potentieel – zo weinig naastenliefde is? In Azië heeft een mensenleven sowieso al minder waarde – mede door het gebrek aan eigenwaarde door de eeuwen heen onderwezen in de Boeddhistische leer van het streven naar het opgaan in het ‘niets’ (Nirvana) – maar, erger nog, zoals ik in 2015 al schreef, de barmhartige Cambodjaan bestaat niet. Zoals boven al aangegeven, wanneer het je goed gaat, is dat het gevolg van jouw Karma en is er geen enkele noodzaak om iets van jouwe welbevinden te delen met de ander. Dit matcht weer goed met het Amerikaans individualistisch, materialistisch imperialisme, waarbij voornamelijk het ‘ik’ telt. Is het toeval dat we sporen van deze dingen nog in de Cambodjaanse kerk aantreffen of gevolg van de eenzijdigheid in de prediking?

Ad 3. Taal. Taal als cultuur- en communicatiedrager is en blijft uiterst belangrijk, zeker als je van hart tot hart met elkaar wil praten. Omdat deze taal mijlenver bij de Europees/ Latijnse talen vandaan staat, gaan onze vorderingen maar langzaam. Zelfs zo langzaam dat als we ons afvragen of het niveau van ‘hart-tot-hart’ wel ooit zullen bereiken. De afstand tot wat wij oorspronkelijk zagen als onze bediening, wordt er niet kleiner op en vergt misschien een andere benadering.

Daar zijn we nu over aan het denken en bidden. Zending heeft ons hart, en ook al zijn we ouder dan de meesten hier, we willen graag bijdragen. Hier of waar dan ook. Misschien moeten we onze netten over een andere boeg uitgooien om effectief te kunnen zijn… (Luc. 5, 4 WV), zodat we over dit dode punt heen kunnen komen.

Bid u mee? Hartelijk dank.

Jacques