Kijk op het fenomeen ‘buitenlandse hulp’ (1)

  • -

Kijk op het fenomeen ‘buitenlandse hulp’ (1)

Category : Artikelen

De eerste periode in een vreemd land, biedt de unieke mogelijkheid tamelijk onbevangen de dingen te bekijken. Na verloop van tijd namelijk, wordt ‘je net zo blauw als de vloerbedekking waar je dagelijks overheen loopt,’ zoals we vroeger bij IBM altijd zeiden. Kaderblindheid treedt dan op heet dat in vaktermen.

Het is wel heel belangrijk te realiseren dat onbevangen kijken mogelijk is, maar niet onbevooroordeeld. Afhankelijk van het werelddeel waar je vandaan komt, ben je onbewust ‘gevangen in een wereldbeeld.’ Daar is interessante literatuur over geschreven (Jayson Georges 2014, e.a.); ik volsta hier met het noemen van de drie belangrijkste: schuld, schaamte en eer. In het Westen is schuld de basis onder ons wereldbeeld, in Azië en het Midden-Oosten schaamte en in grote delen van Afrika, op Sicilië, Latijns-Amerika en in Spanje maar ook weer het Midden-Oosten eer.

Als mensen met verschillende karakters naar elkaar kijken, vallen de verschillen op. Die overbruggen is al een heel ding en wordt gemakkelijker met een grote dosis empathie (een vaardigheid die weinig mensen zich eigen maken), maar als religie en wereldbeeld daar nog eens bijkomen, wordt het helemaal een uitdaging de ander (echt) te begrijpen. Lisanne heeft er een interessant onderzoeksrapport over geschreven op de Erasmus universiteit. De kunst is te luisteren en te observeren, bewust van je eigen wereldbeeld, karakter, belangen en gewoonten. We hebben niet voor niets twee oren en één mond (hoewel je in het Westen andersom zou veronderstellen gezien het feit dat de meeste mensen onafgebroken aan het woord zijn) gekregen en het past ons dus veeleer te luisteren dan te praten.

Zoals gezegd is een eerste periode in het buitenland, bepalend voor het verloop. Ik ben genetisch behept met een gezonde dosis sociaal-maatschappelijk kritisch vermogen wat helpt en soms ook niet. De discussie die we op Cornerstone bij het vak ‘interculturele begripsvorming’ hadden, was ook altijd: “is een cultuur in zichzelf goed of mag je deze kritisch bekijken?” De vraag is natuurlijk ‘tegen welk licht?’ Wat is je norm of vertrekpunt? Het is vermoedelijk een erfenis van de Reformatie en/ of de Verlichting die maatschappelijk kritisch denken bevordert. Het uiteindelijke antwoord is niet eenvoudig maar heeft elementen in zich die grote delen van cultuur als iets unieks en bijzonders beschouwen, diversiteit van God gegeven, tenzij aspecten daarvan ingaan tegen de norm van God’s Woord. En die is op zichzelf toch behoorlijk duidelijk (Ex. 20 e.v.).

Mede gevormd door een eeuwenlange cocktail van Hindoeïsme/ Boeddhisme en animisme is in Cambodja een scherp zichtbare ‘excuuscultuur’ waar te nemen. Deze vind je overigens steeds vaker terug in het Westen. Het afwentelen van schuld en vooral het voorkomen van gezichtsverlies (schaamte) is hier tot kunst verheven. Het gebeurt elke dag, in elke kring en op elk niveau. Dat het internationale tribunaal ECCC om de daders van het Khmer Rouge regime berecht te krijgen, zo lang heeft geduurd (finale verklaring 17 maart 2003: 28 jaar later na de val vh regime), is tekenend. Het afwentelen van verantwoordelijkheden en niet staan voor wat je doet en zegt, is Cambodjaanse cultuur.

Zoals ik gewend ben vanuit de consulting praktijk om een bedrijf als een personage te bezien, heb ik datzelfde toegepast op een land als Cambodja. Wanneer je Cambodja economisch-maatschappelijk als een tiener zou typeren, dan moet het accent liggen op het leren groeien naar volwassenheid met inbegrip van de bijbehorende verantwoordelijkheden en plichten. Westers? Zou kunnen, ik zou eerder zeggen Bijbels. Het verhaal van ‘Die Blechtrommel’ (Günther Grass, 1979) laat duidelijk zien wat er gebeurt als een kind niet volwassen wordt. Ook een tiener die geen regels leert begrijpen en toepassen, wordt uiteindelijk een verwend en onhanteerbaar mens.

Hier raken we een kernpunt in de kijk op zending en ontwikkelingssamenwerking. Cambodja heeft ongeveer een kleine 25 mrd US$ aan Bruto Nationaal Product, te verdelen over bijna 17 miljoen mensen (Bron: Wereldbank), met een jaarlijkse groei van tussen de 5 en 7%. Omgerekend en vergeleken naar onze maatstaven een arm land. En dat klopt, al is de inkomensverdeling behoorlijk scheef.  Een niet onaanzienlijk deel bestaat nog steeds uit buitenlandse hulp, variërend tussen 1 en 1,5 mrd. US$/ jaar, afhankelijk van de geraadpleegde bron (The Cambodia Daily, 23/12/2016). In de loop van 2016 heeft Cambodja de status van ‘lower-middle-income-country’ gekregen van de Wereldbank.

Cambodja heeft helaas het Angelsaksisch-kapitalistische model omarmd, wat veel (té veel) ruimte beidt voor particulier initiatief en weinig voor de publieke zaak, zoals onderwijs, gezondheidszorg, waterzuivering, vuilophaal enz. De uitwassen van dat systeem zagen we al in 2014 toen we voor een conferentie op Bulstrode, het hoofdkantoor van WEC in Gerard’s Cross, Verenigd Koninkrijk waren – één van rijkste stadjes van de UK. Alle privébezit en oprijlanen en dergelijke zagen er keurig uit, maar op de openbare weg moest je slalommen om de gaten en kuilen in de weg te omzeilen. Dat is op het vaste land van Europe gelukkig vrijwel overal anders. Uitwassen van dit Amerikaans kapitalisme zie je hier in Cambodja ook. De leiders zijn exorbitant rijk – ik heb in mijn hele leven (zelfs in Engeland niet) nog nooit zoveel Rolls-Royces en andere dure limousines gezien als hier – maar de grote massa is straatarm. (En daar wind ik me nog elke dag over op…)

Binnen het Cambodjaanse wereldbeeld is dit kapitalisme/ materialisme goed in te passen: Boeddhisme is per definitie ego-centrisch (het gaat om jouw persoonlijke verlichting) en Hindoeïsme en animisme verhinderen de traditie te doorbreken omdat dit wel eens tegen ‘de wil van de voorvaderen’ zou kunnen ingaan. Daarbij past ook dat als je rijk bent en positie hebt (macht en positie zijn hier uitermate belangrijk), je dat hoogstwaarschijnlijk verdiend hebt in een ‘vorig leven’ (Karma) en dus hoef je er verder niets mee dan ervan te genieten. Omzien naar de naaste wordt met minachting bekeken, het is een teken van zwakte (Cormack, 2014). De ‘barmhartige Cambodjaan’ waar ik eerder al over schreef in 2015 bestaat dus eigenlijk niet. Westers voorbeeld (of zoals het beleefd wordt) van naastenliefde, nederigheid en dienstbaarheid wordt dankbaar aanvaard, (‘dan hoeven wij het niet te doen’) maar met minachting bekeken en nog minder geïnternaliseerd (ofwel: goed voorbeeld leidt niet tot goed volgen).

Hetgeen ons wederom brengt bij de manier van ontwikkelingssamenwerking en zending. De kern zou moeten zijn: overeind helpen, voordoen, jezelf overbodig maken en wegwezen, zoals in ieder goed boek over sociaal-maatschappelijke hulpverlening staat. En natuurlijk begeleid loslaten, waarbij de hamvraag natuurlijk is wanneer. Maar het doel moet steeds zijn ‘eigenaarschap.’ De Amerikaanse manier van werken staat hier echter haaks op (Lees ook: https://borgenproject.org/u-s-benefits-from-foreign-aid-to-cambodia/). Amerikanen vinden nog steeds dat zij superieur zijn, de wereld moeten redden en doen graag. Dat model schept echter een behoorlijke mate van afhankelijkheid en werkt luiigheid in de hand. In plaats van te zoeken naar wegen om de ‘opgroeiende tiener’ verantwoordelijkheden bij te brengen en op eigen benen te leren staan, doet de Amerikaan (generaliserend gesproken) het graag nog even en geeft ongevraagd tekst en uitleg. Dr. Ardon schreef (gebaseerd op de theorie van Chris Argyris, 1923-2013) in zijn boek ‘Doorbreek de cirkel’ (2011) een heel scherp beeld van hoe dit op afdelingen in het bedrijfsleven toegaat: de manager is druk, de medewerkers doen te weinig, dat frustreert de manager, die vervolgens nog harder gaat werken en de medewerkers vinden dat wel prima, denken ‘het is zijn feestje’ en de hele cyclus houdt zichzelf op die manier in stand.

Iets dergelijks is op macro-schaal hier waarneembaar. Goede initiatieven en (heel) langzame verbeteringen daargelaten, want die zijn er zeker, al was het maar omdat de wal het schip keert (de groeiende afvalberg bijvoorbeeld, lees het artikel over de 3,4 miljard ton vast afval die de mensheid in 2017 produceerde in het FD van 28 juli 2019).

Amerika heeft in deze regio natuurlijk veel goed te maken. In de periode van de zestiger en zeventiger jaren heeft ze meer bommen op Cambodja en Laos laten vallen dan in de hele tweede wereldoorlog bij elkaar. In beide landen wordt nog steeds met veel pijn en moeite hard gewerkt aan het opruimen van niet ontplofte bommen. Amerika zou je kunnen zeggen heeft een soort collectief schuldgevoel. Maar eerst een land platbombarderen en dan met een grote zak met geld de boel (naar jouw idee) weer opbouwen, is niet de weg. De Cambodjaan zal moeten leren ‘accountable‘ te worden voor de eigen daden en gevolgen daarvan. Dat het daarbij een flink handje geholpen moet worden is duidelijk en goed, maar de insteek moet steeds zijn om de buitenlandse hulp zo snel mogelijk af te bouwen en overbodig te maken. Door steeds ‘shift the blame’ toe te passen (afschuiven van verantwoordelijkheden – wat nog steeds veel gebeurt: ‘de Vietnamezen hebben het allemaal gedaan‘) en alles van de ander te verwachten, kom je er niet. Het zit in de mens (Eva schoof de schuld ook af op de slang en Adam op Eva enz.) om de schuld af te schuiven, maar sommige culturen praktiseren het wel wat al te graag. Wij maken het zelf elke dag weer opnieuw mee, in het klein. Westers wereldbeeld? Zou kunnen. Maar uiteindelijk is iedereen persoonlijk verantwoordelijk en moet zelf rekenschap afleggen (Uitgezonden, 2014, Nap-Van Dalen, pp. 79). Dat is ‘accountability.’

Waarmee duidelijk is dat het brengen van het evangelie én onderhouden van wat Jezus ons geleerd heeft, de belangrijkste zaken zijn. Volgens de Schrift gaat het immers om de verandering in ons denken? (Rom. 12, 1-2 WV & Ef. 4, 23 WV); een verandering in mentaliteit dus…

Phnom-Penh, 29 juli 2019.