Over boeddhisme (ontpersoonlijking)

  • -

Over boeddhisme (ontpersoonlijking)

Category : Artikelen

 

Tijdens een individuele retraite onlangs in de katholieke gemeenschap ‘De Hooge Berkt’ in Bergeijk, Brabant vond ik in de bibliotheek een bijzonder boekje van de hand van Schalom Ben-Chorin, getiteld « En God bleef zwijgen. » (1985, Gooi en Sticht Uitgeverij). In deze beschouwing van de Holocaust, werd het gruwelijke element van de zgn. ‘ontpersoonlijking’ van de joodse slachtoffers beschreven. Als vee bijeengedreven, naakt en zonder naam werden de joden vergast, waarna hun lijken naamloos letterlijk in rook opgingen. Geen graf, geen R.I.P., geen naam, ontdaan van alle persoonlijke waardigheid en vooral van identiteit. Dit duivelse verschijnsel, het ‘ontpersoonlijken’ zoals de schrijver het noemde, is misschien nog wel het meest schrijnende van de jodenvervolging.

Gedenken, herdenken en herinneren, zoals wij dat doen met onze overledenen, gaat veelal gepaard met het terugdenken aan iemands persoonlijkheid, naam en karakteristieken. Bijzondere eigenschappen van de persoon blijven ons bij en laten een blijvende herinnering en glimlach achter.

Ontpersoonlijken is een proces van het ontdoen van persoonlijkheid, het geheel der aspecten die ieder van ons uniek maken. In het Boeddhisme, zo leerden wij onlangs in een vierdaagse cursus op Cornerstone in Beugen, is dit niet nodig want deze filosofie gaat er al van uit dat je niemand bent. Het mens-zijn (Sanskrit : ‘skhandas’) wordt zelfs geen ‘wezen’ genoemd maar een verzameling van constant veranderende vormen, mentale krachten en energie. Er is geen zelf, geen reële, permanente en onvergankelijke ziel. In het Sanskrit is dit ‘Anatman’ (geen ziel). In de Westerse samenleving gaat neerbuigendheid – een vorm van ontpersoonlijking – vaak gepaard met kreten als ‘je bent niks,’ ‘wie ben jij dat je … ‘ etc. Maffia-films kunnen er ook wat van (« You’re nothing ! »). Mildere vormen zijn het naar beneden halen van de ander door woorden als ‘sukkel,’ ‘idioot…’ etc. Online pesten – helaas vaak al gepraktiseerd door kleine kinderen – is eveneens bedoeld om de persoon van de ander te ontluisteren. Niet voor niets is Jezus er scherp tegen (Matth. 5 :21-22) wanneer mensen elkaar uitschelden.

Wanneer Boeddhisten tot geloof in Jezus komen, is er veel vreugde maar veelal pas later berouw. Dit is terug te voeren op het feit dat er in het Boeddhisme geen God is, een persoon die kaders en richtlijnen stelt. In het boeddhisme is het zo dat als je de ‘naaste’ schaadt, dit hooguit je eigen ‘karma’ (bewuste actie – een eindeloze aaneenschakeling van oorzaak en gevolg, waar eens een einde aan moet komen wanneer je de Verlichting bereikt ; het Nirvana) schaadt. Wanneer het besef doordringt dat God een Persoon is, alsook de medemensen personen zijn dan ontstaat bij veel voormalig Boeddhisten het gevoel van berouw, schuld en schaamte wanneer die personen tekort is gedaan. In het Boeddhisme is er geen schuldbesef, laat staan vergeving (Dhammananda, S. K. (1990). What Buddhists believe. Cambridge, UK: Cambridge)

De grootste genocide op de eigen bevolking, vond plaats in Cambodja tussen 1972 en 1975, tijdens het schrikbewind van het maoïstische rode Khmer. In die periode liet ongeveer een derde deel van de bevolking het leven. De gewone Cambodjaanse bevolking werd in 1975 bevrijd door aartsrivaal Vietnam. Hoe deze genocide heeft kunnen plaatsvinden, is niet alleen uitlegbaar uit het streng maoistisch communisme van de rode Khmer. (Wist u dat er onder Mao meer mensen omgekomen zijn dan in de Tweede Oorlog ?) Naar mijn stellige mening, heeft veel te maken met het ontbreken van een visie op de idee van de menselijke en goddelijke persoonlijkheid. Is dit een product van Westers individualistisch denken ? Nee, uit de Bijbel leren we een persoonlijke God kennen, een persoon met emoties (hoewel antropomorfistisch gezegd). Zowel in joods, als Grieks (codex van Gortyn, 480-450 BC) en Romeins recht is er sprake van ‘een persoon,’ aan wie eigenschappen toe te kennen zijn. Bezit bijvoorbeeld wordt in de Bijbel niet veroordeeld of ontkend en is veelal persoonlijk ; hangt een ‘iemand’ aan. In het Boeddhisme is het streven juist bezitloosheid en het onthechten van alles wat ons hier bindt (‘Samsara’). In dat streven helpt het als je al ‘niemand’ bent. De gevolgen van het ontbreken van een persoonlijkheid zijn verstrekkend. Zonder persoonlijkheid is er geen normbesef, zijn er geen grenzen tussen jou en mij, maar ook niet tussen ‘jouw’ en ‘mijn.’ Er is geen grond om iemand verantwoordelijk te houden voor zijn of haar daden. Zelfs Siddhartha Gautama (de Boeddha) moet dit beseft hebben, wanneer hij enkele (5) voorschriften opstelt die het samenleven tussen mensen regelt. De richting hiervan is echter niet naar de ander, zoals God dat voor ogen heeft, maar gericht op het eigen ‘karma,’ ofwel, door je aan de regels te houden, word je er zelf (jouw karma) beter van. Als er al sprake is van naastenliefde in het Boeddhisme, dan is dat zelf-georienteerd en dus niet per saldo wederkerig, laat staan ‘onbaatzuchtig.’

Wat kunnen wij daar tegenover zetten, wanneer wij, Maudy en ik, vanaf 2019 voor langere tijd in Cambodja zijn ? Gek genoeg zit dat in kleine dingen, zoals betrouwbaar-zijn, je afspraken nakomen, onbaatzuchtige naastenliefde laten zien. Alleen al het feit dat je als vreemdeling bewust er voor kiest onder hen te wonen, zonder bijoogmerk of uit winstbejag, vinden velen heel bijzonder. « Waarom doe je dit ? » is een veelgehoorde vraag. Tijdens de burgeroorlog en in de nasleep ervan, keek de hele wereld de andere kant op ; Nixon, Carter en Kissinger negeerden de (soms zwakke) signalen van goed ingevoerde journalisten (Cambodia’s Curse, Joel Brinkley, 2011, Perseus Books Group) en men ging over tot de orde van de dag. Op Noord-Oost Cambodja hebben de USA meer bommen laten vallen dan op Japan in de Tweede Wereldoorlog. De Cambodjaanse bevolking heeft er dus lang alleen voor gestaan, verweesd en verstoken van zelfs het meest elementaire. Geen blauwhelmen of interventiemacht. Een complete generatie is verdwenen, er is geen familie die geen slachtoffers te betreuren heeft en velen (niet alleen ouderen !) lijden nog steeds aan PTSS (post-traumatisch stress syndroom). Tel daarbij op de typisch Aziatische schaamtecultuur en de Boeddhistische leerbeginselen en u begrijpt dat er van ‘uitpraten, vergeven en vergeten’ maar bar weinig terecht komt. Het blijft allemaal onder het spreekwoordelijke tapijt. Daders en slachtoffers wonen onder elkaar en men weet het van elkaar. Wij, Maudy en ik zullen als Nederlanders dus moeten leren onze mond te houden, ons gevoel van rechtvaardigheid te parkeren en onze, typisch Nederlandse, geliefde neiging overal een mening over te geven (‘opinionizing’) te overwinnen. Zwijgen is goud. Bidden is diamant ! We zijn het nu al aan het oefenen…

Meer dan ooit realiseren we ons dat niet ons doen maar ons zijn, het verschil zal maken ; als leesbare brieven van Christus (2 Cor. 3 :2). Omzien naar dit verweesde volk, de zwakken aansterken, de zieken genezen, de gewonden verbinden, de verdwaalden terugbrengen en de verlorenen zoeken (Ez. 34 :4).

Jacques